Bestuur BPF Schilders dient nieuw herstelplan in

De dekkingsgraad 

De dekkingsgraad is een belangrijke graadmeter voor de financiële positie van een pensioenfonds. De dekkingsgraad geeft aan in hoeverre het pensioenfonds op de lange termijn de pensioenen kan betalen. Het is de verhouding tussen het geld dat het fonds nu bezit, ten opzichte van het geld dat het fonds aan pensioenen moet betalen. Bij een dekkingsgraad van 100% heeft een pensioenfonds precies voldoende geld om de pensioenen (nu en in de toekomst) te betalen. Bij een dekkingsgraad van meer dan 100% is er een reserve, bij een lagere dekkingsgraad is er een tekort.
 
De wet en onze toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) bepalen dat een dekkingsgraad van 100% niet genoeg is. BPF Schilders moet minimaal een reserve hebben van 4,4%. De dekkingsgraad moet dus minstens 104,4% zijn. Dat betekent dat wij voor elke euro die we (nu en in de toekomst) moeten betalen, € 1,044 in bezit moeten hebben. Om schokken op de financiële markten te kunnen opvangen, hebben wij een extra reserve nodig. Met deze extra reserve erbij moet onze dekkingsgraad hoger zijn dan 118,2% zijn.

Herstelplannen

Als de dekkingsgraad lager is dan 104,4% moet het BPF Schilders een kortetermijnherstelplan indienen bij DNB. In dit plan is beschreven hoe het BPF Schilders verwacht in de komende drie jaar het vermogen weer op peil te krijgen. Als de dekkingsgraad lager is dan 118,2%, moet het BPF een langetermijnherstelplan indienen bij DNB. In dit langetermijnherstelplan wordt beschreven hoe het BPF Schilders verwacht in de komende vijftien jaar het vermogen weer op peil te krijgen, dus boven de 118,2%.
 
Het BPF Schilders heeft in maart 2009 een langetermijnherstelplan en in mei 2009 een kortetermijnherstelplan bij DNB ingediend.

Dekkingsgraad september 102,1%, oktober 105,1%

Voor de dekkingsgraad zijn twee zaken belangrijk: de stand van de aandelenkoersen en de rentestand. Door de onzekerheid op de financiële markten over de hoge staatsschulden van een aantal landen in de Eurozone (zoals Griekenland en Italië) en de gevolgen daarvan voor de financiële stabiliteit van de euro, zijn de aandelenkoersen en de rentestand vanaf juli 2011 aanzienlijk gedaald. Daardoor was de dekkingsgraad van BPF Schilders op de peildatum september 2011 lager dan het minimaal vereiste niveau van 104,4%. De dekkingsgraad was toen namelijk 102,1%.

Per eind oktober 2011 is er echter sprake van een herstel van de dekkingsgraad naar een niveau van 105,1%, dus boven het vereiste minimum, maar nog onder het gewenste niveau van 118,2%. Er is dus nog steeds een langetermijnherstelplan nodig.

Nieuw herstelplan

Als de dekkingsgraad 9 maanden hoger is dan de vereiste 104,4%, kan het BPF ervoor kiezen om het oude kortetermijnherstelplan uit 2009 te blijven volgen. Dat plan loopt tot 1 maart 2012. Daar schuilt wel een groot risico in. Als op 1 maart 2012 de dekkingsgraad lager is dan 104,4%, schrijft de wet voor dat het bestuur op dat moment aanvullende maatregelen moet nemen om het herstel te realiseren. De enige maatregel die dan eventueel nog overblijft, is het verlagen van de rechten. De opgebouwde pensioenen en de pensioenen die nu worden uitgekeerd, worden dan gekort. Het bestuur wil dat risico niet lopen en heeft daarom op 8 november 2011 besloten om een nieuw korte termijnherstelplan bij DNB in te dienen. Hierdoor heeft het fonds opnieuw een termijn van drie jaar om de dekkingsgraad te laten stijgen boven de 104,4% en ontstaat er op korte termijn geen verplichting tot het nemen van aanvullende maatregelen. Het bestuur houdt de besluitvorming hierover dan voorlopig in eigen hand. Wel blijft de verplichting bestaan om binnen vijftien jaar na afloop van het eerder ingediende langetermijnherstelplan uit 2009 ervoor te zorgen dat de dekkingsgraad  hoger is dan 118,2%.
Voor het nieuwe kortetermijnherstelplan is door een extern adviesbureau doorgerekend wat de herstelkracht van het fonds is en welke extra middelen er eventueel ingezet moeten worden. Daaruit is het volgende naar voren gekomen:
• Er zijn geen extra maatregelen nodig. Conform het toeslagen- en premiebeleid
   heeft het bestuur echter wel moeten besluiten om per week 1 van 2012 geen

   toeslag te verlenen en de premies voor de basisregeling te met 2% te verhogen
   naar 29,5% voor de deelnemer schilder (25,2% voor de overige deelnemers) en de
   premie voor de overgangsregeling met 1% te verhogen naar 9% voor de
   deelnemer schilder (7,69% voor de overige deelnemers).
 
Volgens de prognose in het nieuwe herstelplan stijgt de dekkingsgraad naar verwachting in het jaar 2013 naar een niveau van 109,9%, wat hoger is dan het minimaal vereiste niveau van 104,4%.