Aanvullingen

Hieronder treft u informatie aan over het ANW-gat en andere pensioengaten.

Het ANW-gat

De overheid wil dat burgers steeds meer zelf regelen en treedt daardoor steeds een stukje terug als het gaat om sociale voorzieningen. Zo kent de Algemene Nabestaandenwet aanzienlijke beperkingen. Deze wet voorziet slechts in drie situaties in een uitkering voor de nabestaande partner.

De partner van uw werknemer krijgt alleen een uitkering van de Sociale Verzekeringsbank, als zij of hij:

  • jonger is dan 65 jaar en;
  • is geboren vóór 1 januari 1950, of;
  • voor meer dan 45% arbeidsongeschikt is, of;
  • de zorg heeft voor een kind jonger dan 18 jaar.

Voldoet de partner van uw werknemer aan één van deze drie eisen, dan komt zij of hij in aanmerking voor een uitkering, maar er wordt dan eerst nog gekeken naar het inkomen van de partner. Deze inkomsten worden geheel of gedeeltelijk op de uitkering gekort. Een uitzondering hierop vormt het nabestaandenpensioen dat de nabestaande ontvangt van het BPF Schilders.

Nabestaanden die niet onder één van deze categorieën vallen, krijgen dus géén ANW-uitkering. Het is goed mogelijk dat zij een beroep moeten doen op de bijstand. Daarbij geldt opnieuw een beperking: is er sprake van een eigen vermogen of een eigen huis, dan zal dat (buiten een kleine vrijstelling) eerst moeten worden 'opgegeten'. Als de nabestaande eigen inkomsten heeft, dan worden deze inkomsten op de uitkering gekort.

Wilt u de partner van uw werknemer meer zekerheid bieden? Dat kan via de ANW-vangnetverzekering van het BPF Schilders.

 

Meer informatie

Meer informatie vindt u in onze brochure "U wilt meer zekerheid voor uw nabestaande. Wat is de ANW-vangnetverzekering?". Deze brochure kunt u opvragen bij onze Klantenservice of downloaden door op de afbeelding in de rechterkolom te klikken.

 

Pensioengaten

Het is mogelijk dat er door andere oorzaken een 'gat' in het pensioen van uw werknemer ontstaat.

Hieronder noemen wij de voornaamste:

  • uw werknemer is gescheiden.
    Het is mogelijk dat de ex-partner recht heeft op een deel van het pensioen van uw werknemer.

  • uw werknemer is tweeverdiener.
    In beide pensioenregelingen wordt rekening gehouden met een AOW-uitkering. De oudedagsvoorziening van uw werknemer en zijn of haar partner is dan aanzienlijk lager.

  • uw werknemer heeft een gedeelte van het pensioen opgebouwd vóór 1991.
    De toenmalige Dag Afhankelijke Pensioenregeling (DAP) kan in vergelijking met de huidige pensioenregeling minder gunstig zijn. Dit geldt voornamelijk voor werknemers met een hoger inkomen. Er bestond in de DAP-regeling namelijk geen koppeling aan het loon, maar uw werknemer bouwde een vast bedrag per dag op.

  • uw werknemer is geboren in of na 1950 en heeft een jongere partner.
    Bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd wordt uw werknemer geconfronteerd met het AOW-gat. Uw werknemer krijgt namelijk de helft van de huidige AOW-uitkering. Pas als zijn of haar partner zelf de 65-jarige leeftijd bereikt, ontvangt deze de andere helft. Afhankelijk van het leeftijdsverschil tussen uw werknemer en zijn of haar partner kan het AOW-gat flink oplopen. Voor elk jaar leeftijdsverschil kunt u uitgaan van een pensioentekort van ongeveer € 7.500,00 bruto.

Is één van bovenstaande situaties op uw werknemer van toepassing, dan is het raadzaam om eens met een financieel adviseur naar het inkomen voor de oudedag van uw werknemer te kijken. Misschien is het verstandig om, naast het pensioen dat uw werknemer bij het BPF Schilders opbouwt, een aanvullende pensioenvoorziening te treffen.