Welke pensioenmogelijkheden voor uw werknemer(s) gelden, is afhankelijk van de leeftijd. Is hij of zij geboren vóór 1950, dan geldt nog de oude regeling. Uw werknemer kan dan nog recht hebben op vroegpensioen.
Is uw werknemer geboren in of na 1950, dan geldt de nieuwe pensioenregeling. Eventueel opgebouwde rechten op vroegpensioen zijn in dat geval omgezet in rechten op extra ouderdomspensioen. In de nieuwe pensioenregeling van het BPF Schilders bouwen werknemers vanaf 1 januari 2006 in plaats van vroegpensioen hogere rechten op ouderdomspensioen op dan in de oude regeling. Door dit hogere ouderdomspensioen eerder in te laten gaan, is het ook in de nieuwe regeling mogelijk om eerder dan met 65 jaar te stoppen met werken.
In de pensioenregeling is ook een voorziening getroffen voor de nabestaanden. Als uw werknemer overlijdt, kan zijn of haar partner in aanmerking komen voor partnerpensioen. Voor kinderen tot 23 jaar is er mogelijk recht op wezenpensioen.
Uw eigen pensioen
Zelf bouwt u als ondernemer ook ouderdomspensioen op. Over welk bedrag u premie betaalt en rechten opbouwt, bepaalt u zelf. Eenmaal per jaar kunt u dit zogeheten pensioenloon met maximaal 10% laten verhogen of verlagen. De opbouw van pensioenrechten start op 18-jarige leeftijd.
Vanaf uw 65e ontvangt u, naast uw ouderdomspensioen, een AOW-uitkering. Deze ontvangt u van de Sociale Verzekeringsbank.
Als u overlijdt kan uw partner in aanmerking komen voor partnerpensioen. Voor uw kinderen bestaat er tot hun 23e jaar mogelijk recht op het wezenpensioen.
Meer informatie
Meer informatie vindt u in onze brochure "U werkt in de schildersbranche. Wat is er geregeld voor uw pensioen?". Deze brochure kunt u opvragen bij onze Klantenservice of downloaden door op de afbeelding in de rechterkolom te klikken.